Grammatica

Grammatica

Les 2 – Introductie naamvallen

Naamvallen

Naamvallen kunnen moeilijk zijn. Met nadruk op kunnen. Naamvallen zorgen dat je even na moet denken wanneer je dit niet gewend bent vanuit je moederstaal. Maar naamvallen zorgen er ook voor dat moeilijke dingen als zinsvolgorde minder strikt zijn. Bovendien wordt zinsontleden makkelijker. Naamvallen geven namelijk veel informatie over het naamwoord. Een naamval vertelt of het naamwoord datgene is dat het werkwoord uitvoert of juist ondergaat. Een naamval vertelt waar het naamwoord zich in de ruimte bevindt. En het helpt je om nuances in een zin aan te geven.

Het Russisch kent zes naamvallen. De specifieke informatie, zoals vorm en precieze betekenis, omtrent een naamval wordt verderop in de lessen uitgebreider besproken, maar voor nu is het goed om een algemeen beeld te krijgen van de zes naamvallen en de functies die daarbij horen.

 

De eerste naamval – nominatief (NOM)

De eerste naamval is de vorm van het woord zoals je dat aantreft in de woordenboeken en de woordenlijsten. In de zin heeft de eerste naamval als functie om het onderwerp aan te duiden. Ook kun je de eerste naamval tegenkomen in het naamwoordelijk deel van het gezegde na een koppelwerkwoord. Dit zijn even veel vaktermen achter elkaar, maar uitgebreidere uitleg volgt in latere lessen.

Eerste naamval in onderwerp

Пётр ви́д- ет слон-
Pieter (NOM) zie- 3EV.TT olifant
Pieter ziet een olifant.

Koppelwerkwoord

Моя́ фами́лия Ива́нов
Mijn (NOM) achternaam (NOM) ‘is’ Ivanov (NOM)
Mijn achternaam is Ivanov.

 

Tweede naamval – genitief (GEN)

De tweede naamval geeft bezit aan of volgt na specifieke voorzetsels.

Bezit

У писа́тел- я есть кни́га
Bij schrijver GEN ‘is’ boek (NOM)
De schrijver heeft een boek.

Voorzetsel

Без молок- а́
Zonder melk GEN
zonder melk

 

Derde naamval – datief (DAT)

De derde naamval drukt het meewerkend voorwerp uit in de zin. Ook kan de naamval volgen na specifieke voorzetsels. Als we het hebben over voorzetsels die een positie of locatie uitdrukken (zoals op of naar), vraagt de derde naamval vaak om voorzetsels die een richting ergens naartoe uitdrukken.

Meewerkend voorwerp

Он да- ёт подру́г- е пода́рок
Hij (NOM) geef- 3EV.TT vriendin DAT cadeau
Hij geeft de vriendin een cadeau.

Voorzetsel

К отц- е́
Naar vader DAT
Naar vader

 

Vierde naamval – accusatief (ACC)

De vierde naamval drukt het lijdend voorwerp uit. Ook deze naamval kan na specifieke voorzetsels komen. Als we het hebben over voorzetsels die een positie of locatie uitdrukken (zoals op of naar), vraagt de vierde naamval vaak om voorzetsels die een beweging uitdrukken.

Lijdend voorwerp

Она́ ви́д- ет маши́н- у
Zij (NOM) zie- 3EV.TT auto ACC
Zij ziet een auto.

Voorzetsel

Я ид- у́ в шко́л- у
Ik (NOM) loop- 1EV.TT naar school ACC
Ik loop naar school.

 

Vijfde naamval – instrumentalis (INSTR)

De vijfde naamval drukt de bijwoordelijke bepaling uit. Anders dan de zesde naamval beantwoordt de vijfde naamval de vraag: waarmee? (vandaar ook de naam instrumentalis; met wat als instrument?). Ook de vijfde naamval kent een aantal specifieke voorzetsels die deze naamval triggeren.

Bijwoordelijke bepaling – instrumentalis

Он пи́ш- ет ручк- ой
Hij (NOM) schrijf- 3EV.TT pen INSTR
Hij schrijft met een pen.

Voorzetsel

С дру́г- ом
Met vriend INSTR
Met een vriend

 

Zesde naamval – prepositionalis (PREP)

De zesde naamval drukt ook de bijwoordelijke bepaling uit. De zesde naamval beantwoordt meestal de vraag waar?. Als we het hebben over voorzetsels die een positie of locatie uitdrukken (zoals op of naar), vraagt de zesde naamval om voorzetsels die een plaats in rust uitdrukken. De zesde naamval kan niet zonder voorzetsel voorkomen (daarom de naam prepositionalis van prepostie, ‘voorzetsel’).

Bijwoordelijke bepaling – voorzetsel

Я наш- ла су́мк- у в шко́л- е
Ik (NOM) vind- V.VT tas ACC naar school PREP
Ik vond de tas in de school.

Hoewel dit in het Nederlands niet meer zo herkenbaar is, zijn de naamvallen in het Nederlands nog wel zichtbaar in de persoonlijk voornaamwoorden (hij slaat hem, twee keer een derde persoon enkelvoud, andere vorm). Mocht je naamvallen erg vaag of onduidelijk vinden dan helpt het om het zelfstandig naamwoord te vervangen door een persoonlijk voornaamwoord. Hoor je daar een andere vorm in het Nederlands, dan kun je ervan uitgaan dat je een woord hebt te pakken dat ‘eigenlijk’ in een naamval staat. Als je aan de slag gaat met Russisch schrijven of spreken, dan helpt zinsontleden goed om te bepalen welke naamval je nodig hebt.

 

Dankjewel!